U weet waarschijnlijk wel wat een paswoord is. Als u gebruik maakt van data
op een beveiligd systeem, heeft u een paswoord nodig (soms ook genaamd passphrase)
en meestal ook een gebruikersnaam om het systeem uw identiteit te laten weten.
De meeste zaken over paswoorden zijn reeds verteld, maar sommige kunnen niet
voldoende herhaald worden.
1. Geef uw paswoord nooit door aan anderen. Als u dit gevraagd wordt, zeg
gewoon nee. Hier is gewoon geen reden voor. Als iemand een admin is en zegt dat
hij uw paswoord nodig heeft, dan liegt hij.
2. Als u een paswoord kiest, kies dan niets wat anderen makkelijk kunnen
raden. Kies niet de naam van uw echtgenoot/echtgenote of kat, of de
bedrijfsnaam die op uw computer staat of monitor. Terwijl het beste zou zijn om
willekeurige karakters en nummers te gebruiken en zelfs speciale karakters, als
u werkelijk iets nodig heeft om makkelijk te herinneren, neem dan gedeeltes van
woorden en combineer ze tot iets dat u nog steeds kan uitspreken, maar dat geen
steek houdt. Voeg er nog enkele nummers aan toe om nog veiliger te zijn.
3. Noteer uw paswoord niet op een papiertje dat op uw scherm kleeft, of
ergens anders op uw werkplaats. Als u het toch wil noteren, steek dan het
papiertje in uw portefeuille, maar nooit in de buurt van de computer.
4. Bewaar geen bestand met al uw paswoorden op de computer. Als u ze niet
allemaal kan onthouden, schrijf ze op. Als u ze toch wil bewaren in een bestand,
codeer dan dit bestand. |